Mythen en Sagen uit Flevoland

door Gerard Beense

Het Almaarse Godenrijk

Over de Ontstaansgeschiedenis

Over de gedurende lange tijd verhuld gebleven, en naar nu blijkt, in verschillende volksverhalen vertelde geschiedenis van het Almaarse Godenrijk, schrijft de dichter Flevo Batavus:

 

Waarheid

die met geen hand,

in beeld noch taal

beschreven is,

schijnbaar vergeten is,

krijgt met de tijd,

met de mond,

eindelijk haar betekenis.


Het verhaal gaat dat de God Almare, zoon van Saturnus en de Scandinavische schone Inxele, ten tijde van Remus en Romulus door de Romeinse Goden uit het dal van de Tiber is verbannen. Almare was het niet eens met de keuze van de plek waar Rome is gesticht. Omdat hij het Goddelijk Besluit bleef hekelen, werd zijn naam, als eeuwig durende straf, verwijderd uit de analen der geschiedenis van de Romeinse Goden. Almare kon niet anders dan zich bij dat besluit neerleggen doch bedong dat hij zich mocht vestigen in het kustland ten westen van het Godenrijk van Odin. De Romeinse Goden en de Germaanse Goden stemden daarmee in mits Almare zich niet zou aansluiten bij Goden uit het hoge noorden, met wie Odin een verschil van mening had over de eigendomsrechten van het eiland Bornholm in de Oostzee. Almare, blijkt als halfbroer van een handvol Romeinse Goden, in en rond het latere Zuiderzeegebied, ruwweg het huidige Flevoland, grondlegger te zijn geweest van Het Almaarse Godenrijk, een godenwereld die parallel met de geschiedenis van de Romeinse en andere Europese Goden gestalte heeft gekregen. De lezingen daarover verschillen in Noord- en Midden-Europa nauwelijks van elkaar. Slechts in Zuid-Europa doen enkele afwijkende verhalen de ronde.

 

Hoewel de Romeinse Goden lange tijd terug de God Almare uit hun geschiedenis hebben geschrapt, krijgt zijn bestaan en historische betekenis in de tweede helft van de 20e eeuw, meer en meer erkenning. Aanvankelijk vooral door noordelijk georiënteerde kenners van de Europese Godencultuur, maar sinds kort ook door een steeds groter wordend aantal deskundigen uit de zuidelijke landen van Europa. Die ommezwaai is mede te danken aan het langdurig onderzoek van de vermaarde Deense historicus Birger Bavngaard. In nauwe samenwerking met zijn Zweedse collega, Ingrid Söndeval van het Hömmerfester Billinger Institut, heeft hij volksverhalen en legenden uit een groot aantal Europese landen verzameld. De door hen bestudeerde overleveringen komen uit landen als Duitsland, de Scandinavische landen, Ierland, Groot-Brittannië, IJsland, Nederland, Frankrijk, Italië, Griekenland en Spanje. Wat ons land betreft zijn in dat onderzoek een aantal mondelinge overleveringen uit het omliggende land van het voormalige Zuiderzeegebied betrokken. Volksverhalen die vreemd genoeg nauwelijks zijn opgetekend. Alle huidige steden en dorpen en tal van bekende en minder bekende plekken en plaatsen in Flevoland, spelen een rol in Het Almaarse Godenrijk .

 

Het merendeel van Zuid-Europese kenners van de Europese Godencultuur accepteert de versie over het vermelde meningsverschil rond de stichting van Rome. Doch een tweetal kleine stromingen, de Apennijnse Aanhangers en de Tiberiaanse Fractie, propageren een andere mening. De Apennijnse Aanhangers erkennen een verbanning van Almare maar het verband met de stichting van Rome verwijzen zij naar het land der fabelen. Zij verkondigen de overtuiging dat Almare, ten tijde van Julius Caesar, door de Raad van Romeinse Goden naar de lage landen ten noorden van Gallië werd gestuurd om de grote krijgsheer bij te staan in zijn strijd tegen Germanen en Friezen. Odin, zag in dat besluit een poging van de Romeinse Goden om hun invloed ten koste van zijn gezag verder naar het noorden uit te breiden. De Apenijnse Aanhangers stellen bovendien dat Almare het met Odin op een akkoordje heeft gegooid en de Germaanse stammen, en heel geslepen ook de Friezen, tot stelselmatig verzet wist te bewegen. En dit had tot gevolg dat Julius Caesar er niet in kon slagen het Romeinse gezag in het noorden blijvend te vestigen. Voorts wijzen zij op het feit dat Caesar, kort nadat hij aan de Rubicon zijn beroemde woorden, alea iacta est had uitgesproken, wat zoiets betekent als, de teerling is geworpen, bij zijn komst in Rome meteen zijn beklag bij de Romeinse Goden zou hebben gedaan over de, zoals hij respectvol maar uiterst tactisch formuleerde: ‘Weinig vruchtvolle medewerking van de noordelijke God Almare.' Het was tot dan toe ongepast dat een sterveling zijn ongenoegens over een van de Goden mocht uitspreken. Maar een haastig bijeen geroepen Godenraad stelde Caesar in het gelijk. Almare werd als straf voor eeuwig geschrapt uit de geschiedenis van de Romeinse Goden en verbannen naar het noorden. Caesars benaming ‘noordelijke God' zou hen van een dilemma hebben verlost en de weg naar een oplossing hebben geboden. Als dank was het hem vergund de eerste keizer van het Romeinse Rijk te worden. Brutus voorkwam dat dit kon gebeuren en vermoordde hem. Daarna was het Caesar gegeven om door de Romeinse Goden als Godheid in hun Godenrijk verwelkomd te worden.

De Tiberiaanse Fractie, ook wel de Clytorianen genoemd, meent dat de werkelijke reden van Almares verbanning echter een geheel andere is. De Goden hadden genoeg van Almare, zo stelt zij, omdat hij, na diverse heimelijke rendez-vous met de nimf Clytoria, het door Venus aan Neptunus, Hercules, Apollo en Pluto geschonken recht op het genot van de nimf, had betwist. Bacchus en Mercurius schijnen het met hem eens te zijn geweest. Maar omdat zij de verleiding van de nimf hadden weten te weerstaan werden zij niet gestraft. Perseus hield zich gedurende dat beraad onzichtbaar, Kastor en Pollux waren op reis en Aeacus hield zich schuil in de onderwereld. En Vulcanos wilde niets liever dan in zijn smidse blijven. Ook Jupiter die, net als Bacchus en Mercurius, nooit het genoegen van een samenzijn met de nimf had mogen smaken, was het aanvankelijk niet met de beslissing van de Raad eens. Na zijn persoonlijke interventie en een gesprek met Venus, werd aan Jupiter, Mercurius en Bacchus, althans volgens de lezing van de Tiberiaanse Fractie, alsnog het genot van de nimf geschonken. De heimelijke escapades van Almare werden door de Goden echter onvergeeflijk gevonden. De nimf zelf werd niet gestraft. Wat zij deed lag immers in haar door Venus geschonken aard, een geschenk waar de bevoorrechte Goden met volle teugen van genoten.

Welke van deze versies ten aanzien van de verbanning van de God Almare, of onderdelen daarvan, in overeenstemming is met de werkelijkheid, lijkt voorlopig nog in het ongewisse te blijven. De lezer mag vooralsnog zijn of haar eigen mening vormen en beoordelen of het wel of niet van belang is bij de verdere historie van Het Almaarse Godenrijk . Twee dichters spelen bij de poëzie over deze mythen een rol: Flevo Batavus en Posoral. Het verhaal gaat dat achter deze dichters één en dezelfde persoon schuilgaat.


Het Almaarse Godenrijk heeft in zijn bestaan banden met Goden en Godinnen uit diverse andere Godenrijken gekend. Daarbij kan men denken aan de Goden van de Romeinen, de Germanen, de Grieken, de Kelten en Goden uit het hoge noorden. Dat deze banden veelal vluchtig, maar toch ook vruchtbaar waren, is kenmerkend geweest voor het Almaarse Godenrijk. De betekenis van sommige in de verhalen genoemde namen zal meteen duidelijk zijn, van anderen wellicht niet. De geschiedenis van het Almaarse Godenrijk kent Goden en Godinnen, Sucenen, Waterwelden, Wisselwelden, Woudwelden en tal van andere wezens als, Over de Kim Kijksters, Kapnirs, Golvenmaagden, Vexelaars, Collewieckers, Cychanden, Bouchettes, Bidninghers, Nirngingen en Guyers. De vorstendommen die in het Almaarse Godenrijk een rol spelen worden Gronden genoemd. Zij hebben namen als Gronden aan de Schokkerkaap, Gronden van Bantinghe, Swiftinghe, Cyewalde, Lacushorst, Luttellinghe, Cragtinghe, Folove, Cunre en Lynde, Beecke, Nagelinghe, Ruthene en Oort van Emele en Oort van Creille, om er een aantal te noemen. Verder zijn er Oercker Hoecke, de Vlakte van Drunthene, de Stenen van Drunthene, de Lelievelden van Lilyce, de Bocht van Boyte, de Ensese Velden. Voor hen die een beetje bekend zijn met Flevoland zal hier en daar zeker enige herkenbaarheid klinken. De vorsten en vorstinnen van de Gronden hebben ieder hun eigen titel. Zoals de Swift, de Cragt, de Horste, de Lars, de Cye, de Bant, de Oort, de Ness, de Cunre, de Ceeste, de Nagel, de Tulle, de Ruth en de Oof.


Over de Ontstaansgeschiedenis

Rond het Rad der Tijd
Bidningh Godenzoon of Banneling
De Onwerkelijke Wezens van Azeser
De Grot van Cavender
De Ensese velden
De Almaarse Dichter Posoral *


HOME