Mythen en Sagen uit Flevoland

door Gerard Beense

Het Almaarse Godenrijk

Rond het Rad der Tijd

Dit verhaal uit het Almaarse Godenrijk vertelt over de Goddelijke Bemoeienis met de Tijd die aan Leven en Dood van de Grondenbewoners verbonden is. De dichter Flevo Batavus schrijft aan het begin van deze geschiedenis

 

Het Rad der Tijd

kent geen genade,

zelfs in enig respijt

zal het niet ontaarden.

Het wentelt en draait,

zaait leven maar graait,

elke ronde onverstoord,

naar het einde dat

bij elk beginnen behoort.

 

 

De moeder van Thoron, de Almaarse God van de Tijd, is Pebeyse, een maagdelijke Gallische Bouchette, zo wonderschoon en volmaakt van vorm, dat haar uitverkiezing wel in het verschiet verborgen moest liggen. Bouchettes zijn Grondschonen die in het laagste deel van hun leefgebied wonen. Vaak is dat aan de rand van water en land. In het water zelf zal men ze zelden aantreffen, behalve als zij zich verfrissen. Maar dat doen ze zeer kortstondig, alsof ze een hekel aan water hebben. Daarentegen zijn ze verzot op langdurig baden in bloembladeren. Sommige Bouchettes wonen uitsluitend in moerasachtige gebieden. Baden doen ze daar in rottende bloemen en ze verspreiden een zeer onwelriekende geur. Maar er zijn ook Bouchettes die overal op laaggelegen gronden voorkomen en deze Grondschonen baden zich, zoals Pebeyse, louter in kleurige en bloeiende bloembladeren. Reden waarom ze altijd gehuld zijn in bijna bedwelmende en onweerstaanbare geuren die, waar ze ook verschijnen, vurig verlangen verspreiden.

 

Almare ontmoette Pebeyse tijdens een wandeling in de laagten van de Gallische Gronden. Hij zag haar te voorschijn komen als een schitterende schim uit een witmarmeren rots nabij een zeestrand aan de Gallische kust. Terwijl hij heimelijk haar opmerkelijke schoonheid bewonderde gaf zij zich over aan een uitgebreid bloemenbad. Toen ze tijdens dit ritueel vanuit haar ooghoeken bemerkte dat Almare haar gadesloeg wentelde ze zich nog éénmaal golvend rond in haar bloemenbad om daarna schuw en sereen in haar marmeren woning te verdwijnen. Haar geur en verschijning maakte zo'n indruk op Almare dat hij er geen afscheid van wilde nemen.

Pebeyse wist dat hij zou wachten tot ze opnieuw aan hem zou verschijnen. Haar schuchterheid stelde de onvermijdelijke ontmoeting steeds verder en verder uit tot ze haar verlangen niet meer kon bedwingen en zich vervuld van liefde aan Almare gaf om hem zijn zoon Thoron te baren.

 

Posoral heeft het treffen van de God Almare en de Gallische Bouchette Pebeyse in dit vers verhaalt:

 

Het Uitdagend Bloemenbad

Ze verscheen hem

als een schitterende schim,

ging haar bloemenbad in

en wentelde zich rond en rond.

Tot ze zijn blikken vond

en plots stil en sereen

in haar witmarmeren rots verdween.

Doch haar hunkering groeide

en gevangen door verlangen

bloeide ze op aan zijn zij,

vloeide ze van schroom

naar het vermetele,

schonk ze hem de Godenzoon

die op de Troon der Tijd zou zetelen.

 

Het verhaal gaat verder met:

 

Als de overige Bouchettes vernemen dat Pebeyse een Godenzoon heeft gebaard wordt zij door hen verkozen tot vorstin. Sindsdien worden door alle Bouchettes, gedurende de reizen van Pebeyse door de laaggelegen gronden, veelvuldig feesten ter hare ere gevierd. Als er ergens meerdere Bouchettes bij elkaar gezien worden dan kan het niet anders of Pebeyse moet in de buurt zijn voor een bezoek.

 

Almare stelt hun zoon Thoron aan als God van de Tijd en geeft hem het Rad der Tijd om het bestaan voort en voort te draaien. Dit Rad is gemaakt van eiken- en wilgenhout. Door Almare zelf gekapt in het Goddelijk Woud en met zijn verheven wijsheid vervaardigd in de schaduw van de Goddelijke bomen. Aan dit Rad ontspruit voor elk levend geboren mens een groen jong blad. Dit blad bepaalt de duur van het leven. Er zijn bladeren die snel bruin worden en vroeg van het Rad der Tijd vallen. Bij anderen duurt het langer voor ze bruin zijn en door het Rad der Tijd worden losgelaten. Sommige bladeren zijn prachtig van vorm en begroeid met kleurige en geurige bloemen. Deze bladeren behoren toe aan de levens van vorsten en vorstinnen, vorstenzonen en vorstendochters en zij die in het leven bijzondere ding­en doen.

 

Slechts éénmaal heeft Thoron de controle over het Rad der Tijd verloren. Dat was toen Cracele, de dochter van de Apennijnse maagd Trytyra en de Romeinse God Perseus, hem verleidde en hem het Rad der Tijd liet loslaten om haar te begeren en de tweeling Blumer en Essyste te verwekken. Het rolde tijdens hun samenzijn door het ganse bestaan en aan hen die het zagen werd de ontdekking van het wiel gegeven.

Cracele werd de geliefde van Thoron en als Godin van de Onmin in het Almaarse Godenrijk verwelkomd. Hun zoon Blumer kreeg later van Almare, als God van de Dood, het dodenrijk Blumerhym toebedeeld. Hun dochter Essyste werd de Godin van het Leven.

 

Posoral dicht over dit Rad der Tijd:

 

Het Rad van Bloem en Blad

Aan Thoron werd het Rad gegeven

dat zou beschikken over dood en leven.

Blad en bloem, van groen tot bruin,

bepaalde in deze draaiende tuin,

komen en gaan van hem en van haar.

Het Nabestaan was nog niet daar,

maar Blumer stond reeds klaar

om het van Almare te ontvangen.

En Essyste mocht als Godin van Leven,

het verlangen naar begin gestalte geven.

Dit Rad, begroeid met bloem en blad,

werd zo voor volk en vorst het pad,

waarvan slechts Goden wisten,

waar het begin zijn einde had.

 

In het verhaal Rond het Rad der Tijd worden verschillende Goden geïntroduceerd. Niet alleen de Almaarse Goden. Dat blijkt wel uit de perikelen rond het samenzijn van Thoron en Cracele.

Zo zegt het verhaal:

 

Hoewel de liefde van Cracele voor Thoron nooit verminderde meende zij dat hij al zijn tijd aan het Rad der Tijd besteedde. Daarom verleidde zij de Griekse God Momus die bij haar de Woudwelden Melece en Mecere verwekte. Doch Thoron draaide ook na de geboorte van deze tweeling onverstoorbaar door aan zijn Rad der Tijd. Nogmaals trachtte Cracele zijn aandacht voor haar liefde te trekken door Hermode te verleiden. Deze dienaar van de Germaanse God Balder verwekte bij haar Florice, de Godin van de Bomen, Struiken en het Gewas. Cracele slaagde in haar opzet en Thoron beloofde meer aandacht aan haar verlangens te schenken. Niet zelden is hij echter zo door het draaien aan het Rad der Tijd bezield dat hij zijn belofte vergeet. Pas na veel kissebissen weet Cracele hem dan weer in haar sponde te krijgen. En dan draaien soms Florice, soms Essyste en soms Blumer aan het Rad der Tijd.

 

Over dit deel van deze geschiedenis dicht Posoral:

 

Over Thoron en Cracele

Hij draaide aan het Rad der Tijd,

draaide en draaide voort,

draaide en draaide onverstoord totdat,

een Godin zijn aandacht had

en hij het Rad liet gaan.

Terwijl het rolde door het Bestaan

en zien van het wiel werd vrijgegeven,

gaf hij haar van verlangen blijk

schonk zij het Almaarse Godenrijk

Goden van Dood en Leven.

 

Doch, was zijn liefde slechts voor even?

 

Zij meende dat hij heel zijn hart

aan het Rad der Tijd besteedde.

Vol verwijt maar zonder spijt

ging zij met Momus mede,

met wie zij vrijde

om daarna Hermode,

de bode der Germaanse Goden

in verlangen te verleiden.

Haar opzet slaagde en hij behaagde

wat zij hem te bieden had.

Doch hun samenzijn geschiedde pas,

nadat het draaien van het Rad

in handen werd gegeven

van Bomen, Struiken en Gewas,

en van Dood en Leven.

 

De beide Woudwelden Melece en Mecere werd het verboden aan het Rad te draaien omdat zij eens hadden getracht bloemen van het Rad te plukken. Als Blumer draait lijkt het leven zich sneller te voltrekken, alsof tussen lente en winter geen zomer en geen herfst is. Maar als Essyste aan het Rad der Tijd draait is het alsof het leven geen einde kent, en het vergankelijke kracht lijkt te putten uit de wentelingen die zij voortbrengt. En telkens als Florice het Rad der Tijd in haar handen neemt lijken bomen, struiken en planten zich vol kleur en geur aan een nieuw begin te wijden, als om ieder eind tot een onwaarschijnlijkheid te maken.

 

In dit vers schrijft Posoral over een kenmerkende eigenschap van de Woudwelden Melece en Mecere:

 

Bloeiende Bloemen

Nadat Melece en Mecere

het ongevraagd hadden gewaagd,

met bloem en blad uit Thoron's Tuin,

hun schoonheid te verfraaien,

werd hen door de Goden verboden

ooit nog eens aan het Rad der Tijd te draaien.

Sindsdien doet gekrenkte trots hen beiden

veelvuldig dwalen door het woud,

en pogen ze een ieder te verleiden

die van hun schoonheid houdt.

 

 


Over de Ontstaansgeschiedenis

Rond het Rad der Tijd
Bidningh Godenzoon of Banneling
De Onwerkelijke Wezens van Azeser
De Grot van Cavender
De Ensese Velden
De Almaarse Dichter Posoral *


HOME