28-01-2005 De Stentor  
 

Eerste stadsdichter

 

van een medewerker

28 JANUARI 2005 - LELYSTAD - Gerard Beense is benoemd tot eerste stadsdichter van Lelystad. Wethouder Tjeerd van der Zwan reikte hem gisteren de bijbehorende oorkonde uit. Beense moet gaan rijmen en dichten over gebeurtenissen in de stad.

In navolging van andere steden wilde de gemeente Lelystad graag een eigen stadsdichter. "We houden wel van originele dingen," zegt Van der Zwan. "Bovendien raakten we geïnspireerd door de landelijke gedichtendag van vandaag. Ook het 25-jarig jubileum van de stad speelt een rol." Volgens de wethouder wil het stadsbestuur niet alleen met tekst en foto's gebeurtenissen vastleggen, maar ook via poëzie. De dichter is benaderd omdat hij volgens Van der Zwan poëzie voor een breed publiek kan schrijven. "Het lag eigenlijk voor de hand om hem te benoemen, gezien zijn betrokkenheid bij Lelystad." Het is de eerste en de laatste keer dat iemand door de gemeente wordt gekozen om de stadspoëzie voor zijn rekening te nemen. Beense heeft een grote verantwoordelijkheid. Hij moet gestalte geven aan de titel. Vanaf 2006 kunnen de Lelystedelingen zelf een keuze maken wie hun nieuwe stadsdichter moet worden. Beense is een bekende dichter in Lelystad. Hij schreef bundels als Woordenwind en Klankenkraam en In de kleuren van de kim. Hij woont sinds 1978 in Lelystad en de stad inspireert hem enorm. "Het is hier ruim en er is veel licht en water. De huizen staan niet te dicht op elkaar en er wonen veel plezierige mensen met veel talent."

Het is aan Beense om bij minimaal zes grote gebeurtenissen aanwezig te zijn en daar over te dichten. Welke dat zijn, gaat in overleg.

 

 
 
15-11-2003 De Stentor  
 

Flevoland decor voor sagen-fictie

door Inge Blankvoort

15 NOVEMBER 2003 - FLEVOLAND - Swiftinghe, Nagelinghe, Oercker Hoecke, Vlakte van Drunthene. Deze fictieve gronden in en rond de al even fictieve Flevolandse Schokkerkaap van het Almaarse godenrijk spelen een belangrijke rol in de verhalen van Gerard Beense uit Lelystad.

Meer dan twintig hoofdstukken zijn klaar voor de bundel die zo'n vijftig verhalen moet bevatten. Beense zou willen dat zijn verhalen bijdragen aan de historie van de provincie. "Flevoland heeft eigenlijk geen geschiedenis. Misschien dat dit boek toch wat kan toevoegen, ook al is het fictie."

Beense heeft tot in detail zijn eigen Oudheid geschapen. Een reeks van goden passeert de revue, gekoppeld aan een keten van verwikkelingen, minutieus vastgelegd in een naslagwerk. "Alles moet wel kloppen", zegt hij. "Je kunt geen onzin verkondigen. Je kunt bijvoorbeeld niet hebben dat een personage opduikt die bij wijze van spreken nog geboren moet worden."

Hij creëerde een wereld van goden, gelieerd aan de veelvuldig beschreven Griekse, Romeinse en Germaanse goden. Aan de basis van het rijk staat Saturnus, verstoten omdat hij Rome niet wilde stichten waar de stad nu is.

Mythisch zijn de meeste verhalen, vol verklaringen voor gebeurtenissen die niet uit te leggen waren. "Mijn zoon zei laatst tegen mij: misschien blijkt over 500 jaar wel dat je gelijk had."

Flevoland vormt het decor van schermutselingen in het godenrijk van Beense. Hij veranderde plaatsnamen, bedacht nieuwe, maar hield zich ver van bestaande verhalen. "Er is zo veel over de Zuiderzee geschreven. Bovendien past het niet in de tijd waar ik mee bezig ben. Mijn verhalen spelen in een tijd ver daarvoor, toen bestond de Zuiderzee nog niet eens." Wel greep Beense terug op gebiedskenmerken. De Schokkerkaap is in zijn verhalen een moerasgebied zoals het Schokland waarnaar de naam verwijst, dat ooit ook was.

Het eerste verhaal dateert van mei dit jaar. Na zijn ontslag bij een bankinstelling besloot hij de vertrekregeling te gebruiken om te doen wat hij altijd al wilde: veel schrijven. Hij schreef in het verleden voor diverse media, houdt zich bezig met poëzie en kunst, maar dat moest altijd tussen de bedrijven door. "Ik heb me nu helemaal op het schrijven gestort, ja. Ik ben gaan zitten, heb nagedacht en ben gewoon begonnen."

In eerste instantie impulsief, nu vooral doordacht. "Alles moet goed zijn onderbouwd, tja, dat kost meer denkwerk." Waarom mythen en sagen? "De verklaringen die worden gegeven, de fantasie waarmee mensen naar dingen kijken. Hoe iets ontstaat. Dat trekt mij aan."