Enkele gedichten en mijn Stadsdichterschap

Mijn benoeming tijdens de Landelijke Gedichtendag van 2005, op 28 januari, tot eerste officiële Stadsdichter van Lelystad, ervaar ik als een grote eer en een uiting van waar­dering voor de talrijke artikelen en in het bijzonder de gedichten die ik in de loop der jaren geschreven en gepubliceerd heb. De bij het Stadsdichterschap behorende oorkonde die mij in het Stadhuis van Lelystad werd aangeboden door wethouder Tjeerd van der Zwan, verantwoordelijk voor het cultuur­beleid van onze stad, heb ik dan ook dankbaar aanvaard. Het heeft thuis een mooi plekje gekregen.

Wat betreft mijn taak als eerste officiële Stadsdichter van Lelystad is overeengekomen dat ik voor dit lopende jaar een aantal memora­bele momenten in Lelystad in poëzie zal marke­ren. Minimaal zes van deze gebeurtenissen zullen vanuit het Stadhuis als zodanig met een opdracht worden getypeerd. Bij de beoorde­ling van andere als zodanig te markeren momenten ben ik geheel vrij in mijn keuze. Voorts is het de bedoeling dat bij de continuering van het Stadsdichterschap, meerdere gegadigden zich voor een volgende benoeming kunnen profileren.

In dit kader zie ik het dan ook als een pionierstaak om het Stadsdichterschap van Lelystad zo in te vullen dat het een blijvende betekenis zal verkrijgen. Dat de poëzie daarin een rol speelt spreekt voor zich. De bepalende waarde daarvan en die van de onderwerpen die in de gedichten aan de orde komen kan en mag uiteenlopend beoordeeld worden. Voorkeuren verschillen nu eenmaal.

Het gaat te ver om nu al uit te wijden over mogelijkheden en onmogelijkheden, activi­teiten en gelegenhe­den die zich al dan niet lenen voor een poëtische pas op de plaats. Maar met ruimte voor en vertrouwen in creativiteit en inventiviteit wil ik het pad der poëzie in onze stad met plezier plaveien.

Voor geïnteresseerden in de poëzie die ik eerder vanuit mijn betrokkenheid met Lelystad, maar ook met Flevoland, geschreven heb, volgen nu enkele gedichten die naar die verbondenheid verwijzen. Of ze een proeve van bekwaamheid voor het Stadsdichterschap zijn mag de lezer zelf beoordelen.

 

Er staat een boom in Flevoland
Flevoland is ontstaan uit een drietal polders die zijn aangelegd op de bodem van de voor­malige Zuiderzee dat na de bouw van de Af­sluitdijk bekendheid kreeg als IJsselmeer. De eerste van deze drie was de Noordoostpolder, daarna volgde Oostelijk Flevoland en ten slotte Zuidelijk Flevoland. De aanleg van Oostelijk Flevoland begon met de bouw van een werkeiland, het huidige Lelystad-Haven. Tijdens de werkzaamheden op dat eiland werd in 1951 op perceel P. een piketpaaltje van wilgenhout in de vers op het water veroverde grond geslagen. Het paaltje botte uit en wor­telde zich in het nieuwe land als een wilg met een onverzettelijke wil om stormen en decen­nia te doorstaan. In 2001, vijftig jaar nadat deze wilg als piketpaaltje de grond in ging, inspireerde deze boom een aantal Lelystadse dichters, als los zand verenigd in dichters­kring ‘De Dijkdichters’, tot een poë­tisch eer­betoon. De  gedichten die zij schreven werden gepubliceerd in een gedichtenboekje getiteld Uitlopers.(ISBN 90-806156-2-5). Er staat een boom in Flevoland, is een van die gedichten. De boom, die is genoemd naar Ir. Klasema, destijds hoofd van de Dienst der Zuiderzee­werken, staat nog steeds in Lely­stad-Haven.

 

Er staat een boom in Flevoland


Er staat een boom in Flevoland die
heel bijzonder is want,
hij is als piketpaaltje geplant in een tijd
toen nieuw land
nog nauwelijks van water was bevrijd,
en dijkwerkers zwoegden
bij het bouwen van dijken
en grondwerkers, in lange laarzen
tot aan de lies,
door de modder ploegden om te kijken
wat het water prijsgegeven had aan grond
waarop niet veel later een stad ontstond
en waarin elk zaadje wel een plekje vond
om wortel te schieten.

Mens en dier die het oude land verlieten,
zijn hier, op de rand van droog en nat,
vastberaden een nieuw leven begonnen dat
horizonten verdreef met daden en dromen
die einders hun grenzen ontnomen.
Ze vestigden zich op klei en zand waarin hij,
Methusalem van alle bomen in Flevoland,
het eerst tot ontkiemen mocht komen.

Nog steeds staat hij daar om elk jaar,
met bebladerde takken, trots en stoer
in groene grijsheid geheven,
zijn zaad vol bravoure de vrijheid te geven
in een immer waaiende wind,
om te tonen
dat een ieder die hier wil wonen
altijd wel plaats
voor een eigen plekje vindt.


© Gerard Beense
Lelystad, oktober 2000

 
Nieuw Land
Dit gedicht verkreeg een plaatsje in Polder­museum Nieuw Land dat na verbouwing en uitbreiding in februari 2005 heropend werd als Erfgoedcentrum Nieuw land.
 

Nieuw land


Hier staan wij dan in land,
nauw verwant aan dromen,
land waarvan ook de einder
aan het water is ontnomen.

Dit is land om te bebouwen,
land om van te houden,
met dorpen en steden,
met huizen en straten
met leven er in,
land om over te zingen, te praten,
land om te bedwingen,
land uit verlangens van ‘t verleden
verrezen,
land waar slechts een begin,
maar geen einde ligt.

De zee is gezwicht
voor mensen die bewezen
dat je een grens daar stalt
waar je hem wel ziet
maar waar hij niet
in het oog valt.

© Gerard Beense

Lelystad, 22 juli 1999

 
De Stichtse Brug
Flevoland is, met uitzondering van de Noord­oostpolder, omzoomd door water. Bruggen vormen de verbinding met het oude land. In dit gedicht staat de Stichtse brug symbool voor de betekenis van al deze bruggen.
 

de stichtse brug


daar ligt ze
de stichtse brug
verbinding
voor heen en terug
van land naar eens zee
waar het water
is verdronken
gezonken in later
vervuld van oude
gedachtenstromen
zeeën vol ideeën
over steeds verder
leven en wonen
voor mensen die eens
over de brug zouden komen

© Gerard Beense
Lelystad, juli 2002

 
Het Agoragevoel
De ophanden zijnde sloop van het Agoratheater in Lelystad, riep gemengde gevoelens op. Begrijpelijk want het theater was de culturele spil van de stad. Natuurlijk, er zou een nieuw theater komen, maar die plek in het stadscentrum, waar lokaal, regionaal, nationaal en internationaal vermaarde artiesten zich hadden vertoond, was voor kunst- en cultuurminnende inwoners van Lelystad haast verworden tot een brokje persoonlijk bezit. Voor hen was de band met de Agora iets bijzonders.
 

 

Het Agoragevoel

O, Agora,
theater,
eens gebouwd op grond
ontworsteld aan het water.
Sinds jouw bestaan
werd Lelystad
een plaats dat ook cultuur bezat.
Jij bent van mond tot mond gegaan,
artiesten kwamen overal vandaan
om ook hier te tonen
dat mensen op den duur
nooit plezierig kunnen wonen
zonder oog te hebben voor cultuur.
O, Agora,
theater,
eens gebouwd op grond
ontworsteld aan het water,
je staat er nog,
maar toch,
je gaat verdwijnen,
en hoewel er een andere Agora
in jouw plaats zal gaan verschijnen
heb jij geschiedenis geschreven.
Nog even en het is voorbij,
maar Agora, je bent en blijft van ons,
van mij.
Nog voor jouw laatste muur
ineen zal zijgen
zouden we eigenlijk allemaal
een brokje Agora - Cultuur
mee naar huis moeten kunnen krijgen.
Een stukje jou, eersteling,
eens gebouwd op grond
ontworsteld aan het water,
als herinnering dat jij bestond,
voor later.

© Gerard Beense

Lelystad, 19 juni 2004

 
Lelystadsgezicht
De komst van een enorme zuil op het Stadhuisplein waarop het standbeeld geplaatst zou worden van Cornelis Lely, de grondlegger van de Zuiderzeewerken en naamgever van Lelystad, heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Er waren voor- en tegenstanders. Men vond het mooi, men vond het lelijk. Men vond het te hoog en niet passend op die plek, men vond het gedurfd en visie met vooruitziende blik. Hoe men er ook over dacht, in september 2004 kreeg Lelystad er een stadsgezicht bij dat ook bekeken vanuit buiten de stadsbebouwing, duidelijke herkenbaarheid heeft verkregen.
     
 

Lelystadsgezicht
bij de onthulling van de Zuil van Lely,

ter gelegenheid van de 150e geboortedag van Cornelis Lely,

grondlegger der Zui­derzeewerken en naamgever van Lelystad


Het was ingenieur Lely
die hetstartsein gaf
voor creëren van land
waar water lag.
Daar waar eens golven rolden
en zeilen bolden,
tot ver voorbij de kim,
wist hij de Zuiderzee te leiden
naar nieuw land,
waarin gemeenschapszin
de wil tot bouwen zou verspreiden
van een stad
die tot aan het eind der dagen
de Lely in zijn naam zal dragen.
Het is geschied,
zoals u ziet,
want tot waar het oog,
hier vanuit het centrum ook reikt,
leeft een stad waarin de Lely prijkt,
en van waaruit hij nu,
hoog in brons vereerd,
voor immer in het stadsgezicht
laat blijken,
dat hier een zinvolle toekomst ligt
voor een ieder die verder wil kijken.

© Gerard Beense
Lelystad, 21 september 2004


 

 

Een Stad

Bij mijn benoeming als Stadsdichter van Lelystad werd mij gevraagd het volgende gedicht voor te dragen.

 

 

 

Een stad

Een stad,

geschapen,

geschonden,

geschoond.

Al wat er werkt en woont,

vertoont verwonden,

verbazen,

beginnen,

afronden,

stilstand,

voortrazen,

levensfasen van alledag

waarin al wat wel en niet mag

je te grazen neemt.

Een stad verhardt,

verzacht,

weent,

zingt en lacht,

ontleent dag en nacht aan al wat geschiedt

in plezier en pijn,

haar zin en zijn aan mensen

die er grenzen verleggen,

of soms toch ook niet.

© Gerard Beense

Lelystad, december 2000